Meedoen aan drie bundelgroepen: ‘Ik wil projecten écht toekomstbestendig maken’

De ideeën die bij Toukomst zijn ingestuurd, zijn heel divers. En dat geldt ook voor de groepen die nu net de tweede bundelronde achter de rug hebben. Maar volgens deelnemer Marie-Désirée van Herwijnen kunnen onderwerpen elkaar versterken. “Het lijkt mij goed dat we in al die projecten op zoek gaan naar de rode draad. Om projecten écht een grotere impact te geven en toekomstbestendig te maken.”

Marie-Désirée van Herwijnen geeft om de provincie waar ze 26 jaar geleden vanuit Brabant naartoe verhuisde. “Ik zal nooit een Groninger worden, maar mijn hart ligt hier zeker. En ik maak me zorgen over de toekomst van de provincie.” Vandaar dat ze zich aanmeldde om mee te denken met vier bundelgroepen. Door overlap in de overlegtijden lukte het niet om overal bij aanwezig te zijn. Daarom denkt ze nu mee met drie groepen: Jonge Groningers, Investeren in startende bedrijven en Voedselbossen en moestuinen.

Grote verschillen
Na twee bundelsessies ziet ze verschillen tussen de groepen. “Bij de ene groep vinden mensen het lastig om hun eigen idee of project los te laten. In een andere groep lukt dit wel goed. En dat is belangrijk om echt tot een groot project te komen.”
Voor de groep Investeren in startende bedrijven werkt ze nu samen met een andere deelnemer een eerste opzet van het projectformat uit. De andere deelnemers kunnen hier weer input op geven. “Hierbij proberen we het project zo breed mogelijk in te steken, uitgespreid over de gehele provincie. Want het gaat niet alleen om het starten van een bedrijf, maar veel ruimer: om het bieden van lange termijnperspectief voor mensen met een ondernemende houding, ongeacht leeftijd of achtergrond, treinverbindingen, mobiliteit, een gezonde woon- en werkomgeving met bijvoorbeeld bomen, bossen, natuur en aandacht voor duurzaamheid. Zo proberen we op meerdere thema’s een pluspunt te realiseren.”

Rode draad
En dat vindt Van Herwijnen heel belangrijk: de projecten moeten, om een grote impact te hebben, op een hoger abstractieniveau worden bekeken. “Ik denk dat het goed is om te kijken naar de rode draad in alle projecten. Anders hebben we straks een paar leuke projecten, die nog niet écht het verschil gaan maken in de regio. Door projecten en thema’s te koppelen en op een andere manier te kijken naar de doelstellingen, kun je daadwerkelijke verbeteringen doorvoeren voor de economie, de leefbaarheid, de natuur. En dát zal de provincie aantrekkelijker maken om te blijven wonen.”