Interview: Keuzes maken voor de toekomst

Groningers, van jong tot oud, denken via Toukomst mee over de toekomst. Waar Charlotte Breunis (22) hoopt op grootse en innovatieve projecten die van Groningen een voorbeeld maken voor Europa, gaat Jacoba Wijk (77) voor het verbeteren en onderhoud van dat wat er al is.

Radicaal kiezen

Charlotte Breunis: “Ik hoop dat het Toukomstpanel radicale en structurele keuzes durft te maken. Dat de panelleden groots denken en écht voor innovatie gaan, zonder dat de identiteit van Groningen verandert. Als het panel dat doet, kan Groningen als provincie een voorbeeld worden voor Europa en misschien wel de wereld. Door mooie en innovatieve plannen uit te voeren die uitgaan van het oorspronkelijke landschap. Onze wierden zijn ouder dan Rome! Die moeten we koesteren. Groningen heeft wat dat betreft alles in zich om dat voorbeeld te zijn: rust en ruimte en genoeg grote vernieuwende ideeën.”

Onze wierden zijn ouder dan Rome! Die moeten we koesteren.

Aantrekkingskracht
“Investeer het geld daarom in vernieuwende landbouw, waar de focus ligt op productie van en voor Groningers. Waar mensen samenwerken en bewust kiezen voor een heel andere manier van leven; zich veel bewuster zijn van duurzaamheid. Dát heeft een enorme aantrekkingskracht op mensen buiten Groningen. Want hier krijg je iets bijzonders te zien.”

Aandacht en zorg

Jacoba Wijk: “Als je een dorp binnenkomt en je ontmoet hier en daar leegstand en verwaarlozing, dan straalt de onverschilligheid en desinteresse af op het hele dorp. Om inwoners betrokken te houden, is er aandacht en zorg nodig van bewoners samen met de overheid om achterstallig onderhoud en leegstand weg te werken en te voorkomen. Dat begint in je eigen straat, in de wijk, in je eigen dorp.”

Je hoeft niet allemaal grootse nieuwe dingen te ontwikkelen om de wereld beter te maken. Zorg en aandacht voor dat wat er al is, is de noodzakelijke basis.

Onverschilligheid ombuigen
“Je hoeft niet allemaal grootse nieuwe dingen te ontwikkelen om de wereld beter te maken. Zorg en aandacht voor dat wat er al is, is de noodzakelijke basis. Voor mij is die aandacht en zorg het fundament voor leefbaarheid én betrokkenheid. Mensen doen pas mee als er vertrouwen is en onverschilligheid omgebogen kan worden. Door dorpsommetjes te herstellen, te vergroenen en te verbinden met de omliggende fiets- en wandelpaden ontmoeten bewoners en passanten elkaar, maken ze een praatje en de dag is goed!”